ECLI:NL:RBDHA:2024:2711
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieaanvraag wegens ernstige verdenking misdrijf en gevaar voor openbare orde
Eiser, een Syrische asielzoeker met een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, verzocht om naturalisatie. De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van ernstige vermoedens dat eiser een gevaar vormt voor de openbare orde, vanwege een lopende strafzaak wegens een misdrijf volgens artikel 261 lid 2 Sr Pro.
Eiser voerde aan dat hij niet gehoord was, het strafbare feit niet ernstig was, en dat de belangen van familiebezoek en persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren meegewogen. Ook stelde hij dat de beoordeling van het gevaar voor de openbare orde unierechtelijk moest worden uitgelegd, wat volgens hem niet was gebeurd.
De rechtbank oordeelde dat de afwijzing terecht was omdat op het moment van de aanvraag een serieuze verdenking bestond. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. De rechtbank verwierp het beroep van eiser, stelde dat het Unierecht niet van toepassing is op naturalisatieprocedures, en dat eiser voldoende gelegenheid had gehad zijn standpunt kenbaar te maken. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit bleef in stand.
Uitkomst: De naturalisatieaanvraag van eiser wordt terecht afgewezen wegens ernstige verdenking van een misdrijf en gevaar voor de openbare orde.