ECLI:NL:RBDHA:2024:2952
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Litouwen
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Litouwen verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank behandelde het beroep op 10 januari 2024 en oordeelde dat de staatssecretaris terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Litouwen.
Eiser voerde aan dat de opvangomstandigheden in Litouwen onmenselijk zijn en dat hij een reëel risico loopt op schending van zijn rechten bij terugkeer. Hij verwees naar diverse rapporten en persoonlijke ervaringen, waaronder slechte sanitaire voorzieningen, beperkte bewegingsvrijheid en geweld tegen protesterende asielzoekers. De rechtbank stelde echter vast dat de staatssecretaris voldoende gemotiveerd heeft dat de situatie in Litouwen is verbeterd en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel nog steeds van toepassing is.
Daarnaast stelde eiser dat de staatssecretaris het asielverzoek op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich had moeten trekken vanwege zijn familieband met een Nederlandse partner en haar kinderen. De rechtbank vond dat deze band onvoldoende was onderbouwd en dat er geen sprake was van een onevenredige hardheid bij overdracht aan Litouwen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen terecht is. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter S. Kompier op 21 februari 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.