ECLI:NL:RBDHA:2024:3054
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens onduidelijkheid verblijfsrecht asielzoeker
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, verzocht op 12 mei 2022 om een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris wees dit af op 5 februari 2024, met als reden dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging had. Eiser stelde dat hij vanwege zijn deelname aan de Hirak-demonstraties in Algerije werd bedreigd en vreest voor vervolging.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht het gebrek aan geloofwaardigheid van eisers relaas over zijn rol bij de demonstraties en de redenen van zijn ontslag had vastgesteld. Ook vond de rechtbank dat het feit dat eiser Algerije legaal had verlaten en geen asiel had aangevraagd in Oekraïne of Duitsland, afbreuk deed aan zijn vrees voor vervolging.
Wel vernietigde de rechtbank het terugkeerbesluit omdat op het moment van het besluit het verblijfsrecht van eiser onduidelijk was. De Afdeling bestuursrechtspraak had geoordeeld dat het recht op tijdelijke bescherming van rechtswege eindigde op 4 maart 2024, waardoor het terugkeerbesluit van 5 februari 2024 niet rechtsgeldig was.
De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten van eiser. Het beroep werd gegrond verklaard voor het terugkeerbesluit en ongegrond voor de afwijzing van de asielaanvraag.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit wordt vernietigd, de asielaanvraag wordt afgewezen.