Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres 1], V-nummer: [eiseres 1], eiseres 1
hierna tezamen: eiseressen
Rechtbank Den Haag
Eiseressen, beiden Syrische nationaliteit, dienden in 2016 aanvragen in voor een mvv met het verblijfsdoel verblijf bij familie- of gezinslid, te weten hun dochter/zus (referente). Verweerder wees deze aanvragen af omdat geen sprake is van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro. Referente viel niet onder het jongvolwassenenbeleid omdat zij snel zelfstandigheid verwierf na binnenkomst in Nederland, en er was geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiseressen en referente.
Eiseressen voerden aan dat referente wel onder het jongvolwassenenbeleid valt, dat de gezinsband niet verbroken is en dat er sprake is van afhankelijkheid vanwege medische en schrijnende omstandigheden in Syrië. Ook betwistten zij de belangenafweging van verweerder, stellende dat te veel gewicht is toegekend aan het economisch belang van de staat.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het jongvolwassenenbeleid niet toepaste, mede omdat referente na binnenkomst een relatie aanging en een kind kreeg. De rechtbank vond dat verweerder terecht geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheid aannam, ondanks de medische omstandigheden. De belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro was zorgvuldig en evenwichtig, waarbij verweerder rekening hield met objectieve belemmeringen en het economisch belang van de staat.
De rechtbank concludeerde dat verweerder een fair balance heeft gevonden en het beroep ongegrond is. Het bestreden besluit blijft in stand en eiseressen krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.