ECLI:NL:RBDHA:2024:3700
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechter vernietigt niet tijdige beslissing asielaanvraag wegens onrechtmatige verlenging beslistermijn
Eiser diende op 26 juli 2022 een asielaanvraag in. De staatssecretaris verlengde de beslistermijn aanvankelijk met negen maanden op grond van een grote instroom van aanvragen (artikel 42, vierde lid, onder b, Vreemdelingenwet 2000). Later werd de beslistermijn opnieuw met negen maanden verlengd vanwege een complexe juridische kwestie (artikel 42, vierde lid, onder a, Vw). De rechtbank stelt vast dat stapeling van verlengingsgronden niet is toegestaan en dat de maximale verlenging reeds was bereikt met de eerste verlenging.
Eiser stelde de staatssecretaris op 6 december 2023 rechtsgeldig in gebreke. Omdat de staatssecretaris niet binnen de wettelijke termijn besloot, is het beroep gegrond verklaard. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt op binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag overschrijding van de termijn. Verweerder wordt ook veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €437,50. De rechtbank verwijst naar relevante wetsartikelen en eerdere jurisprudentie, en benadrukt het belang van zorgvuldige besluitvorming binnen redelijke termijnen in asielzaken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit wordt vernietigd en verweerder moet binnen acht weken alsnog een besluit nemen onder oplegging van een dwangsom.