ECLI:NL:RBDHA:2024:3737
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet tijdig besluit asielaanvraag en oplegging dwangsom
Eiser heeft op 21 juni 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden beslist, maar heeft de beslistermijn verlengd met negen maanden vanwege een groot aantal aanvragen.
Eiser heeft de staatssecretaris op 27 september 2023 in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen en op 13 oktober 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is verstreken en dat eiser rechtsgeldig in gebreke is gesteld. De staatssecretaris heeft geen verweerschrift ingediend.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt de staatssecretaris op binnen zes weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd met een maximum van € 7.500,-. De staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 437,50.
De rechtbank overweegt dat de beslissing op zorgvuldige wijze moet worden genomen en dat bijzondere omstandigheden om van de termijn af te wijken niet zijn gebleken. De uitspraak is gedaan door rechter F. Sijens en openbaar bekendgemaakt op 19 maart 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en beveelt binnen zes weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.