ECLI:NL:RBDHA:2024:382
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling met zicht op uitzetting naar Suriname
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was reeds eerder getoetst in een uitspraak van 15 december 2023, waardoor de beoordeling zich beperkte tot de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring sinds 8 december 2023.
Uit de voortgangsrapportage en de mondelinge behandeling bleek dat de staatssecretaris voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser. Er zijn meerdere vertrekgesprekken gevoerd en rappels gedaan bij de Surinaamse autoriteiten voor het verkrijgen van een laissez-passer. Hoewel niet alle rappels in de rapportage zijn vastgelegd, acht de rechtbank dit onvoldoende reden om de maatregel onrechtmatig te achten.
De rechtbank concludeerde dat er nog steeds zicht is op uitzetting naar Suriname, mede doordat noodpaspoorten worden afgegeven en de Surinaamse autoriteiten niet weigeren mee te werken. Daarnaast weegt mee dat eiser niet volledig meewerkt aan zijn terugkeer, wat van hem verwacht mag worden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.