ECLI:NL:RBDHA:2024:12408
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet-tijdig besluit asielaanvraag; intrekking bestreden besluit
Eiseres diende op 18 oktober 2023 een asielaanvraag in, welke door verweerder op 27 mei 2024 werd afgewezen. Tegen dit besluit stelde eiseres beroep in. Verweerder trok het bestreden besluit op 18 juni 2024 in, waarna het beroep tegen dit besluit niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang.
De rechtbank beoordeelde vervolgens het beroep gericht tegen het niet-tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag. Hoewel geen ingebrekestelling was verzonden, oordeelde de rechtbank dat eiseres redelijkerwijs niet kon worden verwacht dit voorafgaand aan het beroep te doen, waardoor het beroep ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank stelde vast dat verweerder binnen acht weken na verzending van de uitspraak een besluit moet nemen op de aanvraag. Tevens werd een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor overschrijding van deze termijn. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.750 aan eiseres.
De rechtbank merkte op dat de intrekking van het besluit vlak voor de zitting onnodig beslag legde op de zittingscapaciteit en dat een verzoek om aanhouding in dergelijke gevallen gepaster is. De uitspraak is gedaan door rechter T.N. van Rijn en griffier L. Meijer.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit is niet-ontvankelijk; het beroep tegen het niet-tijdig nemen van een besluit is gegrond en verweerder moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen met oplegging van een dwangsom.