ECLI:NL:RBDHA:2024:3830
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Rechtbank veroordeelt staatssecretaris tot beslissing en dwangsom wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag
Eiser diende op 6 januari 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 21 september 2022 opgenomen in de nationale procedure. De wettelijke beslistermijn van zes maanden, met mogelijke verlenging van negen maanden, werd overschreden. Eiser stelde de staatssecretaris op 21 december 2023 in gebreke en diende op 9 januari 2024 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelde dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de beslistermijn op 21 december 2023 was verstreken en meer dan twee weken waren verstreken sinds de ingebrekestelling. De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 en bepaalt dat de staatssecretaris binnen acht weken na bekendmaking van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
De rechtbank baseert zich op de artikelen 42 van de Vreemdelingenwet 2000 en relevante bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een langere termijn rechtvaardigen. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris in de proceskosten van eiser tot een bedrag van €437,50.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een dwangsom op aan de staatssecretaris om binnen acht weken alsnog een besluit te nemen.