ECLI:NL:RBDHA:2024:4102
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheid
Eisers, bestaande uit de ouders en jongere broer van de referent, hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met het doel gezinshereniging. De staatssecretaris had de aanvraag geweigerd omdat volgens hem geen sprake was van een beschermenswaardig familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, met name vanwege het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.
De rechtbank heeft de hoorzitting als zorgvuldig beoordeeld en oordeelt dat de staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd waarom er geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheid. De medische problemen van de moeder en broer zijn onvoldoende onderbouwd en de emotionele banden zijn niet zodanig dat zij een beschermenswaardig gezinsleven rechtvaardigen. Financiële ondersteuning vanuit Nederland wordt als normaal beschouwd en er is geen exclusieve afhankelijkheid aangetoond.
Bij de belangenafweging weegt de rechtbank mee dat het economisch belang van Nederland en het restrictieve toelatingsbeleid zwaarder wegen dan de persoonlijke belangen van eisers. De rechtbank concludeert dat het contact en de ondersteuning op de huidige wijze kunnen worden voortgezet en dat het beroep ongegrond is, waardoor de afwijzing van de mvv in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf blijft in stand.