ECLI:NL:RBDHA:2024:419
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht asielzoekers aan Duitsland op grond van Dublinverordening
Verzoekers hebben asielaanvragen ingediend die niet in behandeling zijn genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De overdrachtstermijn van zes maanden zou op 1 en 4 maart 2023 verstrijken. De behandeling van de beroepen is aangehouden wegens afwezigheid van de gemachtigde.
De voorzieningenrechter constateert dat de beroepen mogelijk niet tijdig kunnen worden afgehandeld binnen de overdrachtstermijn. Jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Hof van Justitie van de EU verduidelijken dat het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening niet automatisch leidt tot opschorting van de overdrachtstermijn; daarvoor is een daadwerkelijke voorlopige voorziening vereist.
Gezien het belang van verzoekers om de uitkomst van hun beroepen in Nederland af te wachten, wijst de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening toe die de overdracht aan Duitsland opschort totdat op de beroepen is beslist. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor de overdracht van verzoekers aan Duitsland wordt geschorst totdat op hun beroepen is beslist.