ECLI:NL:RBDHA:2024:419

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 januari 2024
Publicatiedatum
17 januari 2024
Zaaknummer
NL23.34891
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 30 Vreemdelingenwet 2000Art. 29 Dublinverordening (EU) Nr. 604/2013Art. 27 Dublinverordening (EU) Nr. 604/2013
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen overdracht asielzoekers aan Duitsland op grond van Dublinverordening

Verzoekers hebben asielaanvragen ingediend die niet in behandeling zijn genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De overdrachtstermijn van zes maanden zou op 1 en 4 maart 2023 verstrijken. De behandeling van de beroepen is aangehouden wegens afwezigheid van de gemachtigde.

De voorzieningenrechter constateert dat de beroepen mogelijk niet tijdig kunnen worden afgehandeld binnen de overdrachtstermijn. Jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Hof van Justitie van de EU verduidelijken dat het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening niet automatisch leidt tot opschorting van de overdrachtstermijn; daarvoor is een daadwerkelijke voorlopige voorziening vereist.

Gezien het belang van verzoekers om de uitkomst van hun beroepen in Nederland af te wachten, wijst de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening toe die de overdracht aan Duitsland opschort totdat op de beroepen is beslist. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor de overdracht van verzoekers aan Duitsland wordt geschorst totdat op hun beroepen is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.34891 en NL23.34893

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam 1], verzoeker

V-nummer: [nummer 1]
[naam 2], verzoekster
V-nummer:[nummer 2],
hierna: verzoekers,
mede ten behoeve van hun twee minderjarige kinderen,
(gemachtigde: mr. A.W.J. van der Meer),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij twee afzonderlijke besluiten van 2 november 2023 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De asielaanvraag van verzoekers is niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) omdat een andere lidstaat daarvoor verantwoordelijk is zoals bedoeld in de Dublinverordening. [1] Deze verordening stelt in artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening een termijn van zes maanden na het claimakkoord waarbinnen verzoekers dienen te worden overgedragen aan de ontvangende lidstaat. De uiterste overdrachtsdatum voor verzoekers is 1 maart 2023, respectievelijk 4 maart 2023.
2. De met deze verzoeken samenhangende beroepen (NL23.34890 en NL23.34892) zouden worden behandeld op de zitting van 10 januari 2023. De rechtbank heeft de behandeling van de beroepszaken echter aangehouden op verzoek van de gemachtigde van verzoekers, omdat zij vanwege een spoedsituatie in de privésfeer niet ter zitting kan verschijnen.
3. De voorzieningenrechter stelt vast dat dit meebrengt dat de beroepen van verzoekers mogelijk niet kunnen worden afgehandeld binnen de overdrachtstermijn van zes maanden of slechts kort voor het verstrijken daarvan. Daarnaast is het volgende van belang.
4. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft in de uitspraken van 22 november 2023 [2] uitgelegd dat alleen het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening in eerste aanleg nog niet leidt tot opschorting van de overdrachtstermijn. De voorlopige voorziening moet dan ook daadwerkelijk zijn getroffen. Daarnaast volgt uit deze uitspraken en het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 30 maart 2023 [3] dat een op verzoek van verweerder in hoger beroep getroffen voorlopige voorziening de overdrachtstermijn alleen opschort als de voorzieningenrechter van de rechtbank de uitvoering van het overdrachtsbesluit in beroep al heeft opgeschort overeenkomstig artikel 27, derde lid, aanhef en onder c, van de Dublinverordening. Als de uitvoering van het overdrachtsbesluit in beroep niet is opgeschort, leidt toewijzing in hoger beroep van een verzoek van verweerder tot het treffen van een voorlopige voorziening niet tot opschorting van de overdrachtstermijn. Toewijzing van het verzoek in hoger beroep betekent in dat geval uitsluitend dat verweerder de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist. De toewijzing heeft dan geen gevolgen voor de overdrachtstermijn.
5. Verder hebben verzoekers belang om – zoals zij ook hebben verzocht – de uitkomst van hun beroepen in Nederland af te wachten.
6. De voorzieningenrechter ziet in dit alles aanleiding om bij wijze van ordemaatregel de verzoeken om een voorlopige voorziening als kennelijk gegrond toe te wijzen, waarmee de overdrachtstermijnen worden gestuit.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- treft de voorlopige voorzieningen dat de bestreden besluiten worden geschorst en dat
verzoekers niet mogen worden overgedragen aan Duitsland totdat is beslist op de
beroepen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Verordening (EU) Nr. 604/2013.
3.ECLI:EU:C:2023:272.