ECLI:NL:RBDHA:2024:4781
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf op grond van artikel 8 EVRM wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheid
Eiser, van Chinese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij zijn meerderjarige zoon, referent, in Nederland te verblijven. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een gezins- of familieleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, omdat geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiser en referent.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft vastgesteld dat eiser en referent al 25 jaar niet samenwonen en dat eiser niet financieel afhankelijk is van referent. Ook de gestelde medische problemen leiden niet tot een meer dan gebruikelijke afhankelijkheid, mede omdat eiser zelfstandig kan functioneren en medische zorg in China beschikbaar is. Eisers stelling dat referent strafrechtelijk vervolgd kan worden als hij niet voor eiser zorgt, is onvoldoende onderbouwd.
Hoewel de staatssecretaris een belangenafweging heeft gemaakt, is deze in het nadeel van eiser uitgevallen. De rechtbank vindt dat de belangenafweging voldoende is gemotiveerd en dat het economisch belang van Nederland en het ontbreken van gezinsleven zwaar wegen. Eisers beroep op het gelijkheidsbeginsel en het verzoek om maatwerk worden verworpen omdat hij onvoldoende concrete vergelijkbare gevallen of bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de mvv-aanvraag. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de mvv-aanvraag wegens ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.