Eiseres, een lesbische vrouw uit Zuid-Afrika, diende op 7 juli 2019 een asielaanvraag in. De staatssecretaris wees deze op 25 mei 2021 af, stellende dat zij bescherming kon krijgen van Zuid-Afrikaanse autoriteiten ondanks haar persoonlijke situatie. Eiseres was slachtoffer van langdurig seksueel misbruik en mishandeling door haar machtige neef en ervoer secundair slachtofferschap bij de politie.
De rechtbank stelde vast dat hoewel er in Zuid-Afrika sprake is van corruptie en discriminatie tegen LHBTI-personen, de autoriteiten over het algemeen bescherming bieden en maatregelen nemen. De rechtbank oordeelde echter dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat het inroepen van bescherming voor haar gevaarlijk of zinloos zou zijn, mede gelet op haar persoonlijke situatie en het misbruik door haar neef.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en beval een nieuw besluit binnen zes weken. Tevens werd een schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van ruim acht maanden en een proceskostenvergoeding van €1.750 aan eiseres toegewezen.
De uitspraak benadrukt het belang van een individuele beoordeling van de bescherming in asielzaken, zeker bij kwetsbare groepen zoals LHBTI-personen, en bevestigt dat algemene situatieschetsen niet volstaan om individuele bescherming te ontkennen.
De staatssecretaris kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending.