Eisers, een gezin van Georgische nationaliteit, vroegen asiel aan na bedreigingen en intimidaties door een groep mannen in de regio Svaneti, waarbij eiseres als journalist betrokken was bij LHBTI-ondersteuning. Na een reeks incidenten, waaronder een autobrand, vluchtten zij uit Georgië.
De staatssecretaris wees de asielaanvragen af wegens kennelijke ongegrondheid, met terugkeerbesluiten en inreisverboden. Eisers stelden dat zij voldoende bewijsstukken hadden overgelegd, waaronder paspoorten, medische documenten, dreigberichten en foto’s, die niet of onvoldoende waren betrokken in de besluitvorming.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris ten onrechte stelde dat geen documenten waren overgelegd en dat de motivering van de geloofwaardigheidsbeoordeling onvoldoende was. Er was geen duidelijke beoordeling van de authenticiteit en bewijswaarde van alle ingediende stukken, waardoor de besluitvorming niet zorgvuldig was.
De beroepen werden gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eisers.