ECLI:NL:RVS:2016:3010
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 16 juni 2016 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 21 juli 2016 het besluit vernietigde wegens onvoldoende motivering van de geloofwaardigheid van het asielrelaas en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij klaagde dat de rechtbank ten onrechte haar eigen oordeel over de geloofwaardigheid had gegeven en onvoldoende rekening had gehouden met zijn beslissingsruimte. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank haar toetsing met inachtneming van de beslissingsruimte had verricht en dat de motivering van de staatssecretaris onvoldoende was.
De Afdeling verwierp het hoger beroep als kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens veroordeelde zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.