De rechtbank Den Haag behandelde beroepen van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag tegen beslissingen van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het voorlopige en definitieve budget voor de gebundelde uitkering Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 over de jaren 2017 tot en met 2022, inclusief vangnetuitkeringen.
Eiser stelde dat de toegekende budgetten niet kostendekkend waren en dat het verdeelmodel buiten toepassing moest worden gelaten wegens tekortkomingen die tot omvangrijke tekorten leidden. De minister verdedigde de systematiek en stelde dat het macrobudget toereikend is en dat de verdeelmodellen zorgvuldig zijn ontwikkeld en wettelijk vastgelegd.
De rechtbank oordeelde dat voor de jaren 2017 tot en met 2019 sprake is van substantiële tekortkomingen in de verdeelmodellen die onevenredig nadelige gevolgen voor Den Haag hebben gehad. Deze besluiten worden vernietigd. Voor de jaren 2020 en 2021 zijn de tekorten minder en worden de besluiten gehandhaafd. De vangnetuitkering voor 2020 is terecht afgewezen omdat het tekort onder de drempel bleef.
De rechtbank wees op diverse onderzoeksrapporten die aantonen dat bepaalde objectieve kenmerken, zoals segregatie en multiproblematiek, niet in het verdeelmodel zijn opgenomen en dat deze leiden tot structurele tekorten. De minister moet nieuwe besluiten nemen met inachtneming van deze uitspraak. Proceskosten en griffierecht worden aan eiser vergoed.