ECLI:NL:RBDHA:2024:5711
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen maatregel van bewaring vreemdeling op juiste grondslag
Eiser, een vreemdeling van Nigeriaanse nationaliteit, werd op 3 april 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel, dat tevens als verzoek om schadevergoeding werd aangemerkt.
De rechtbank constateerde dat een eerdere maatregel van bewaring onrechtmatig was wegens te lange duur op een verkeerde grondslag, maar oordeelde dat dit geen doorwerking heeft op de huidige maatregel omdat eiser slechts kort onrechtmatig vastzat, hiervoor gecompenseerd is en de huidige maatregel op een juiste grondslag is gebaseerd.
De rechtbank toetste de gronden voor bewaring, waaronder het niet rechtmatig binnenkomen, het onttrekken aan toezicht, het niet naleven van terugkeerbesluiten, gebruik van valse documenten en eerdere veroordelingen. Deze gronden werden als voldoende beoordeeld om de bewaring te dragen.
Verder oordeelde de rechtbank dat een lichter middel niet toereikend is om uitzetting te waarborgen, mede omdat eiser niet meewerkt aan zijn terugkeer. De staatssecretaris werkt volgens de rechtbank voldoende voortvarend aan de uitzetting, met lopende procedures bij de Nigeriaanse autoriteiten.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.