ECLI:NL:RBDHA:2024:5752
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser betwist het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Hij voert aan dat de staatssecretaris onvoldoende is ingegaan op zijn individuele omstandigheden en dat de informatie van Kroatische autoriteiten onbetrouwbaar is.
De rechtbank oordeelt dat het voornemen zorgvuldig is voorbereid en dat de staatssecretaris terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, zoals bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak. Eiser slaagt er niet in aannemelijk te maken dat hij bij overdracht aan Kroatië een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met het EVRM of het Handvest.
Ook is geen sprake van bijzondere individuele omstandigheden die toepassing van artikel 17 Dublinverordening Pro rechtvaardigen. De rechtbank wijst erop dat de acceptatie van het terugnameverzoek op grond van artikel 20, lid 5, Dublinverordening niet betekent dat Kroatië de asielaanvraag inhoudelijk zal behandelen, maar dat eiser toch onder bescherming van relevante Europese regelgeving valt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Oudenaarden en griffier Van den Berg.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.