ECLI:NL:RBDHA:2024:5914
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
Eiser is op 27 februari 2024 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 19 april 2024 via telehoren.
De rechtbank oordeelt dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het vorige onderzoek op 8 maart 2024 rechtmatig was. Sindsdien heeft de staatssecretaris voldoende voortvarend gewerkt aan de uitzetting van eiser, onder meer door het voeren van een vertrekgesprek en het versturen van rappels in verband met de laissez-passer-aanvraag bij de Algerijnse autoriteiten. Het ontbreken van een kopie van een eerder aan Frankrijk verstrekte laissez-passer bij de aanvraag doet hieraan niet af.
Daarnaast is het zicht op uitzetting naar Algerije niet verdwenen. Eiser werkt onvoldoende mee aan zijn uitzetting, waardoor het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn in beginsel aanwezig is. Ook is er sinds oktober 2023 een verbeterde samenwerking met Algerijnse autoriteiten. De rechtbank ziet geen reden om de maatregel van bewaring onrechtmatig te achten en wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.