Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 april 2024 in de zaken tussen
Stichting Animal Rights, te Den Haag, verzoeksters
het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, het college
Faunabeheereenheid Zuid-Holland, te Den Haag
Rechtbank Den Haag
De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag behandelde op 12 april 2024 de verzoeken van Stichting Fauna4Life en Stichting Animal Rights tegen het Faunabeheerplan konijn Zuid-Holland 2023-2029 en de daarbij verleende ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het plan en de ontheffing maken het doden van konijnen mogelijk op diverse locaties binnen Zuid-Holland.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat er geen andere bevredigende oplossingen bestaan dan het doden van konijnen. Tevens is onvoldoende onderbouwd dat het afschot geen negatieve invloed heeft op de staat van instandhouding van de konijnenpopulatie. De rechter concludeerde dat het faunabeheerplan en de ontheffing daarom niet volledig kunnen worden gehandhaafd.
Wel werd geoordeeld dat binnen het havengebied van Rotterdam een grote, stabiele konijnenpopulatie bestaat die geen negatieve effecten ondervindt van het huidige beheer. Daarom worden de besluiten voor dat gebied niet geschorst. Voor de rest van Zuid-Holland worden de besluiten geschorst totdat de beroepsprocedures zijn afgerond.
Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter het college tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan verzoeksters. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: De bestreden besluiten worden geschorst buiten het havengebied Rotterdam wegens onvoldoende motivering over alternatieve oplossingen en effecten op de populatie.