ECLI:NL:RBDHA:2024:6475
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheid tussen moeder en meerderjarige zoon
Eiseres, een Syrische vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om als familie- of gezinslid bij haar meerderjarige zoon, die in Nederland woont en de Nederlandse nationaliteit heeft, te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro.
Eiseres stelde dat zij vanwege haar medische situatie en de hechte banden met haar zoon en kleinkinderen afhankelijk is van haar zoon. Zij onderbouwde dit met verklaringen over verzorging en financieel steun, alsmede telefoongegevens met kleinkinderen. Verweerder stelde dat de zorg ook door anderen wordt verleend en dat de banden niet zodanig zijn dat zij zonder haar zoon niet zelfstandig kan functioneren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheid bestaat. De medische situatie leidt niet tot exclusieve afhankelijkheid van de zoon, en de banden met kleinkinderen zijn onvoldoende onderbouwd. Verder weegt de rechtbank mee dat eiseres sterke banden met Syrië heeft en dat het gezinsleven niet uitsluitend in Nederland kan worden uitgeoefend.
De belangenafweging door verweerder is volgens de rechtbank zorgvuldig en rechtvaardig, waarbij het algemene belang van Nederland bij een restrictief toelatingsbeleid zwaarder weegt. Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard, het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de mvv-aanvraag wegens ontbreken van meer dan gebruikelijke afhankelijkheid.