Eisers, een alleenstaande moeder met vier minderjarige kinderen, deden op 26 september 2023 een asielaanvraag in Nederland. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eisers voerden aan dat zij bij overdracht aan Spanje risico lopen op discriminatie, pushbacks en ontoereikende medische zorg, mede vanwege de kwetsbare gezinssituatie en medische problemen van een van de kinderen.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat de aangevoerde rapporten, waaronder het AIDA-rapport van april 2023 en andere landeninformatie, geen aanwijzingen geven voor structurele tekortkomingen in Spanje die het vertrouwen in de opvang en asielprocedure ondermijnen. Ook de lopende Europese Commissie inbreukprocedure tegen Spanje leidt niet tot een ander oordeel.
Ten aanzien van de medische situatie van de minderjarige dochter stelt de rechtbank dat de overgelegde medische gegevens niet aantonen dat overdracht aan Spanje een reëel risico op ernstige verslechtering van haar gezondheidstoestand inhoudt. De staatssecretaris mag ervan uitgaan dat de medische zorg in Spanje vergelijkbaar is met die in Nederland.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waarmee het besluit van de staatssecretaris om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.