ECLI:NL:RBDHA:2024:7933
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening ongegrond verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast vanwege pushbacks en ondermaatse opvang- en detentieomstandigheden in Bulgarije, verwijzend naar recente AIDA-rapporten en jurisprudentie van het Hof van Justitie. De staatssecretaris verwees naar uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin werd geoordeeld dat er geen sprake is van fundamentele systeemfouten in Bulgarije en dat Dublinclaimanten geen reëel risico lopen op pushbacks.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat de Afdeling bestuursrechtspraak de relevante kwesties reeds heeft beoordeeld. Ook achtte de rechtbank de motivatie van de staatssecretaris voldoende om het verzoek niet aan zich te trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J. Catsburg op 10 mei 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.