ECLI:NL:RBDHA:2024:8031
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag beoordeeld. De staatssecretaris had de aanvraag afgewezen omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser, een Dublinterugkeerder en lid van de LHBT-gemeenschap, stelde dat vanwege pushbacks en de zorgelijke situatie voor LHBT’ers in Polen overdracht onaanvaardbaar was.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Polen in beginsel geldt en dat Polen met het claimakkoord heeft toegezegd de asielaanvraag te behandelen. Eiser slaagde er niet in concrete aanwijzingen te leveren dat hij als Dublinterugkeerder pushbacks of onmenselijke behandeling zal ondervinden. De rechtbank verwees naar recente jurisprudentie, waaronder een arrest van het Hof van Justitie en eerdere uitspraken van deze rechtbank.
Verder concludeerde de rechtbank dat, hoewel de positie van LHBT’ers in Polen zorgelijk is, er geen bewijs was van systematische schendingen of structurele tekortkomingen die een reëel risico op behandeling in strijd met artikel 4 van Pro het Handvest opleveren. Daarom was geen nader onderzoek of het vragen van individuele garanties aan Polen nodig.
Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en griffier J.A. Hessels op 27 mei 2024 te Groningen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Polen blijft in stand.