ECLI:NL:RBDHA:2024:8050
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing zorgtoeslagaanvraag 2018-2020 wegens te late indiening
Eiser verzocht op 20 juni 2022 om zorgtoeslag toe te kennen vanaf 6 september 2018. Verweerder wees het verzoek af voor de jaren 2018 tot en met 2020 omdat het te laat was ingediend, conform artikel 15 Awir Pro, dat een uiterste aanvraagdatum van 1 september van het volgende jaar voorschrijft.
Eiser stelde dat hij uitstel had gekregen voor het indienen van zijn aangiften inkomstenbelasting, waardoor de termijn verlengd zou moeten worden. De rechtbank oordeelde dat eiser niet aangifteplichtig was over die jaren, geen uitstel kon krijgen en dat verweerder geen ruimte had om van de termijn af te wijken. Ook het beroep op de menselijke maat, evenredigheidsbeginsel en ongerechtvaardigde ongelijke behandeling faalde.
Verder wees de rechtbank het beroep op de hardheidsclausule van artikel 47 Awir Pro af omdat die clausule een gesloten stelsel kent en geen uitzondering voor eiser bevat. Het verzoek tot schadevergoeding werd eveneens afgewezen omdat het beroep ongegrond was.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat eiser geen griffierecht of proceskosten vergoed krijgt.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag zorgtoeslag over 2018-2020 wordt afgewezen wegens te late indiening.