ECLI:NL:RVS:2020:2040
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag zorgtoeslag en kindgebonden budget 2015 wegens te late indiening
Appellante heeft bij brief van 21 november 2017 verzocht om met terugwerkende kracht zorgtoeslag en kindgebonden budget over 2015 toe te kennen. De Belastingdienst/Toeslagen wees de aanvraag bij besluit van 12 december 2017 af wegens te late indiening. Ook het bezwaar en het beroep bij de rechtbank werden ongegrond verklaard.
Appellante voerde aan dat zij niet tijdig kon aanvragen omdat zij geen bericht ontving over 2015 en geen toegang had tot het toeslagenportaal vanwege haar verblijf in het buitenland. Tevens stelde zij dat de Belastingdienst op grond van artikel 15, zesde lid, Awir een aanvraagformulier had moeten toezenden. De Afdeling oordeelde dat de brieven van 9 december 2013 waarin de stopzetting van toeslagen over 2014 werd meegedeeld, duidelijk maakten dat een nieuwe aanvraag voor 2015 vereist was.
De Afdeling stelde vast dat de Belastingdienst geen verplichting had om op eigen initiatief een aanvraagformulier toe te sturen en dat appellante tot 1 mei 2017 uitstel had voor het indienen van de aangifte inkomstenbelasting en daarmee ook voor de aanvraag toeslagen. Omdat de aanvraag pas na deze verlengde termijn werd ontvangen, was de afwijzing terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag zorgtoeslag en kindgebonden budget over 2015 bevestigd.