Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met Pakistaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Dublinverordening, waarbij Kroatië als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Eiser stelde dat Kroatië vanwege systeemgerelateerde tekortkomingen, pushbacks en onvoldoende rechtsbescherming niet betrouwbaar is, en dat Nederland de asielaanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich had moeten trekken. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit in zijn geval niet opgaat.
De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken, waaronder die van de Afdeling bestuursrechtspraak van 13 september 2023, waarin werd bevestigd dat Kroatië verantwoordelijk is en dat er geen aanwijzingen zijn voor pushbacks. Ook de hygiënische omstandigheden en het risico op indirect refoulement werden onvoldoende onderbouwd om af te wijken van het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank concludeerde dat de persoonlijke omstandigheden van eiser geen bijzondere individuele omstandigheden vormen die overdracht aan Kroatië onevenredig hard maken. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de asielaanvraag terecht niet in behandeling genomen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag terecht niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is.