ECLI:NL:RBDHA:2024:8324
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met dwangsom en proceskosten
Eiser diende op 1 september 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van zes maanden, die met negen maanden verlengd kan worden bij een grote instroom, stelde eiser de staatssecretaris op 20 januari 2024 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen. Op 5 februari 2024 werd vervolgens beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de staatssecretaris niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De rechtbank wijkt af van het gebruikelijke 8+8-wekenmodel en stelt een beslistermijn van 8 weken na het verstrijken van de maximale termijn van 21 maanden, zijnde uiterlijk 27 juli 2024. De rechtbank acht deze termijn haalbaar en redelijk.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat de staatssecretaris de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,-. Tevens worden de proceskosten van eiser vastgesteld op € 437,50. De staatssecretaris wordt opgedragen uiterlijk op 27 juli 2024 alsnog een besluit te nemen op de asielaanvraag.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen 8 weken na 21 maanden een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom en proceskostenveroordeling.