ECLI:NL:RBDHA:2024:8824
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 15 april 2024 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid was opgelegd. De rechtbank had deze maatregel reeds eerder getoetst en achtte alleen de periode na 26 april 2024 relevant voor de beoordeling.
Eiser stelde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelde en dat er geen zicht was op uitzetting, mede omdat uit de recente vertrekgesprekken geen concrete uitzettingshandelingen bleken. De staatssecretaris stelde daartegenover dat er meerdere rappelleringen bij de Nigeriaanse autoriteiten hadden plaatsgevonden en dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn vertrek.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris voldoende voortvarend te werk gaat, met rappelleringen op 7 en 30 mei 2024 en een vertrekgesprek op 16 mei 2024. Er is zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, en eiser weigert mee te werken aan zijn vertrek. Er zijn geen persoonlijke omstandigheden die een lichter middel rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.