ECLI:NL:RBDHA:2024:894
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft op 5 juni 2023 een asielaanvraag ingediend in Nederland, maar de staatssecretaris heeft deze niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft beoordeeld of het terugnameverzoek van Nederland aan Duitsland tijdig was ingediend. Eiser voerde aan dat dit verzoek te laat was, waardoor Nederland verantwoordelijk zou zijn geworden. De rechtbank volgde echter de recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die stelt dat de termijn voor terugnameverzoeken maximaal drie maanden na indiening van het asielverzoek bedraagt en niet afhankelijk is van de termijnen uit de Eurodac-verordening.
De staatssecretaris heeft het verzoek op 10 augustus 2023 ingediend, binnen de gestelde termijn. De rechtbank oordeelde daarom dat het beroep ongegrond is en dat het besluit tot niet in behandeling nemen van de aanvraag terecht is genomen. De beroepsgrond dat overdracht aan Duitsland zou leiden tot schending van mensenrechten is door eiser ingetrokken en niet verder behandeld.
Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Bodt en griffier Bouman op 25 januari 2024 te Arnhem.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.