ECLI:NL:RBDHA:2024:9092
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De staatssecretaris heeft een verzoek tot terugname aan Kroatië gedaan, dat is geaccepteerd.
Eiser betoogt dat hij door overdracht aan Kroatië risico loopt op schending van zijn rechten, mede vanwege pushbacks door Kroatische autoriteiten en mogelijke overdracht aan Griekenland. De rechtbank overweegt dat Kroatië met een claimakkoord heeft gegarandeerd de aanvraag conform internationale en Europese regels te behandelen en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, tenzij uitzonderlijke omstandigheden aannemelijk zijn gemaakt.
De rechtbank acht de door eiser aangevoerde omstandigheden onvoldoende om het vertrouwensbeginsel te doorbreken. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat bijzondere individuele omstandigheden aanwezig zijn die Nederland zouden verplichten de aanvraag aan zich te trekken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.