ECLI:NL:RBDHA:2024:9437
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft op 26 augustus 2022 een asielaanvraag ingediend. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft aanvankelijk onderzocht of Duitsland verantwoordelijk was voor de aanvraag, maar heeft op 1 december 2022 bevestigd dat de aanvraag in de nationale procedure wordt behandeld. Hierdoor begon de wettelijke beslistermijn van zes maanden op 1 december 2022, die door een verlenging van negen maanden op grond van WBV 2022/22 is verlengd tot 1 maart 2024.
Eiser heeft de staatssecretaris op 5 december 2023 schriftelijk in gebreke gesteld, terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken. Volgens artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan een beroepschrift pas worden ingediend nadat het bestuursorgaan in gebreke is gesteld en twee weken zijn verstreken. Omdat de ingebrekestelling prematuur was, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig is bevonden en ziet geen reden om daarvan af te wijken. Ook acht zij het niet nodig om de zaak aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het uitblijven van een besluit op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.