ECLI:NL:RBDHA:2024:9659
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen tijdelijke sluiting woning wegens drugshandel en overlast
De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft op 29 mei 2024 uitspraak gedaan over het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Krimpenerwaard om een woning voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet.
De sluiting is gebaseerd op de vondst van een handelshoeveelheid harddrugs (13,6 gram MDMA) in de woning op 13 mei 2023, diverse meldingen van overlast en drugshandel, en een reeks politieonderzoeken die een rol van de woning in de drugshandel aannemelijk maken. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en medische omstandigheden aangevoerd, maar heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de sluiting onevenredig is of dat hij bijzondere binding met de woning heeft.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de sluiting geschikt is om drugsgebruik en overlast te beheersen, noodzakelijk vanwege het gevaar voor de openbare orde, en evenwichtig gezien de belangenafweging. Het tijdsverloop tussen de vondst en het besluit is niet onredelijk lang, mede door de zorgvuldige procedure en opschorting van de sluiting in afwachting van de uitspraak.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen en het besluit tot sluiting blijft gehandhaafd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de tijdelijke sluiting van de woning wordt afgewezen.