ECLI:NL:RBDHA:2024:9687
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling Dublin-overdracht aan Kroatië en toepassing interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de asielprocedure op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of het besluit terecht is genomen. Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast op Kroatië vanwege meldingen van mishandelingen, pushbacks, en onvoldoende opvangmogelijkheden, en dat zijn kwetsbare positie vanwege zijn seksuele geaardheid een overdracht onredelijk maakt.
De rechtbank oordeelt dat Kroatië op grond van een claimakkoord verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel deelbaar is en van toepassing blijft, mede gelet op recente uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat eiser een reëel risico loopt op een onmenselijke of vernederende behandeling na overdracht.
De stellingen van eiser over impliciete intrekking en persoonlijke ervaringen in Kroatië leiden niet tot een ander oordeel. Ook de bijzondere omstandigheden op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro zijn onvoldoende onderbouwd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aanvraag terecht niet in behandeling genomen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de asielaanvraag terecht niet in behandeling is genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is.