ECLI:NL:RBDHA:2024:9831
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM die door verweerder is opgelegd naar aanleiding van de registratie van een gebruikte Volkswagen Golf. De discussie spitst zich toe op de juiste waardebepaling van de auto, de toepassing van het Unierecht, de hoorplicht, en de vraag of de naheffing terecht is.
De rechtbank oordeelt dat de hoorplicht niet is geschonden en dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd op basis van het rapport van Domeinen Roerende Zaken (DRZ). Het taxatierapport van eiser is onvoldoende betrouwbaar bevonden. Ook zijn de door eiser aangevoerde schendingen van het Unierecht verworpen. De rechtbank volgt de door verweerder gehanteerde waarderingsmethodiek en afschrijvingspercentages.
Verder is vastgesteld dat de bezwaar- en beroepsprocedure langer dan de redelijke termijn heeft geduurd, waardoor eiser recht heeft op een vergoeding van immateriële schade van € 1.500, verdeeld tussen verweerder en de Staat. Daarnaast worden proceskosten en griffierecht deels vergoed. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard; eiser krijgt een vergoeding voor immateriële schade wegens termijnoverschrijding.