ECLI:NL:RBDHA:2025:10061
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring asielaanvraag wegens internationale bescherming in Italië
Eiser diende op 22 februari 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister op 10 april 2025 niet-ontvankelijk werd verklaard omdat eiser internationale bescherming geniet in Italië sinds 2011. Eiser betwistte dit en stelde dat de bescherming in Italië niet effectief en duurzaam is, met een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro door gebrek aan basale voorzieningen en discriminatie.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië, aangezien eiser een geldige verblijfsvergunning bezit en een zodanige band met Italië heeft dat het redelijk is dat hij daar verblijft. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij in Italië geen effectieve bescherming geniet of dat de Italiaanse autoriteiten onverschillig staan tegenover zijn situatie.
De rechtbank weegt mee dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij alle mogelijkheden heeft benut om hulp te krijgen of klachten in te dienen bij de Italiaanse autoriteiten. Ook het ontbreken van vertalingen van Italiaanse documenten leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.