Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewetuitkering te stoppen. Nadat het UWV niet tijdig op het bezwaar had beslist, stelde eiseres beroep in wegens het uitblijven van een beslissing. De rechtbank constateerde dat de beslistermijn was overschreden en dat het UWV een dwangsombeslissing had genomen.
De rechtbank bepaalde dat het UWV in dit soort zaken, waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, een termijn van zes weken krijgt voor de medische beoordeling en vervolgens drie weken om een besluit te nemen. In deze zaak was een spreekuur met de verzekeringsarts gepland op 1 april 2025, waardoor het UWV uiterlijk binnen drie weken daarna een besluit moest nemen.
Gezien de verstreken tijd bepaalde de rechtbank dat het UWV binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legde de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij verdere overschrijding. Het griffierecht en proceskosten werden aan eiseres toegekend.