Eiseres verzocht op 18 juli 2023 om herbeoordeling van een WIA-uitkering, waarop het UWV niet tijdig besliste. Eiseres stelde het UWV op 23 februari 2024 in gebreke en startte op 10 december 2024 een beroep wegens het uitblijven van een beslissing. De rechtbank constateerde dat de beslistermijn was overschreden en dat het UWV nog geen besluit had genomen.
De rechtbank overwoog dat het uitblijven van een beslissing waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, een bijzonder geval vormt. Gezien het tekort aan verzekeringsartsen stelde de rechtbank nieuwe termijnen vast: zes weken voor de medische beoordeling en drie weken daarna voor het nemen van een besluit, in totaal negen weken na verzending van de uitspraak. Indien de medische beoordeling al gepland was, wordt deze termijn verkort.
In deze zaak was een spreekuurcontact op 24 februari 2025 geweest, waarna medische informatie moest worden opgevraagd, wat een verlenging van vier weken rechtvaardigde. De rechtbank bepaalde dat het UWV binnen twee weken na de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legde de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000 en veroordeelde het UWV tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.