ECLI:NL:RBDHA:2025:10172
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, werd op 21 mei 2025 de maatregel van bewaring opgelegd wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf in Nederland. De minister baseerde deze maatregel op artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, met als reden het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren.
Eiser betwistte de aan de maatregel ten grondslag gelegde gronden niet, maar stelde dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering zou zijn. De rechtbank oordeelde dat uit de rechtspraak volgt dat voor Algerije in het algemeen het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn aanwezig is en eiser heeft dit niet gemotiveerd kunnen weerleggen.
De rechtbank vond geen reden om de maatregel onrechtmatig te achten en verklaarde het beroep ongegrond. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.