Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse nationaliteit hebbende persoon, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder het rechtmatigheid van de maatregel tot 7 juli 2025 vastgesteld.
De kern van het geschil betreft het zicht op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn. Eiser betoogt dat de Algerijnse autoriteiten niet reageren op de laissez-passer-aanvraag en dat er geen redelijke verwachting is dat uitzetting spoedig zal plaatsvinden. De rechtbank overweegt dat ondanks het uitblijven van reactie, de Nederlandse autoriteiten voldoende voortvarend handelen door rappels te sturen en vertrekgesprekken te voeren. Tevens is niet gebleken dat Algerije weigert een laissez-passer af te geven.
De rechtbank stelt dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting, bijvoorbeeld door het niet aantonen van zijn nationaliteit. Ook is bekend dat Algerijnse autoriteiten na maart 2024 regelmatig laissez-passer hebben afgegeven, ook aan ongedocumenteerden. Gezien deze feiten is er voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.