ECLI:NL:RBDHA:2025:10249
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Kroatië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 20 mei 2025 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft vastgesteld dat Kroatië verantwoordelijk is en dat de overdracht aan Kroatië niet in strijd is met internationale verplichtingen. Eiser voerde aan dat de detentie- en leefomstandigheden in Kroatië en de kwaliteit van de asielprocedure in strijd zijn met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest, maar heeft dit niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie en rapporten waaruit blijkt dat Dublinclaimanten toegang hebben tot de asielprocedure in Kroatië.
Verder heeft eiser gesteld dat overdracht leidt tot onevenredige hardheid, maar ook dit is volgens de rechtbank onvoldoende onderbouwd. De rechtbank concludeert dat de minister terecht geen toepassing heeft gegeven aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de minister de asielaanvraag niet hoeft te behandelen en eiser wordt overgedragen aan Kroatië.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister mag de asielaanvraag niet in behandeling nemen; eiser wordt overgedragen aan Kroatië.