ECLI:NL:RVS:2025:44
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling motiveringsgebrek bij niet in behandeling nemen asielaanvraag, maar besluit blijft in stand
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 4 april 2024 een besluit om de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde wegens een motiveringsgebrek, omdat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de psychische problematiek van de vreemdeling geen aanleiding gaf om de aanvraag toch in behandeling te nemen.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State, die oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de minister de eerdere ervaringen van de vreemdeling in Kroatië niet had betrokken bij zijn besluit. Wel erkende de Afdeling het motiveringsgebrek omtrent de psychische problematiek, maar vond dat de minister dit in hoger beroep alsnog deugdelijk had gemotiveerd.
De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen, maar liet de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit in stand. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van 4 april 2024 om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand ondanks het motiveringsgebrek.