Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraakse asielzoeker, diende op 6 september 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Polen verantwoordelijk werd geacht. Eiser stelde dat Polen niet betrouwbaar is vanwege pushbacks en slechte detentieomstandigheden en dat recente ontwikkelingen in Polen nader onderzoek vereisen.
De rechtbank oordeelde eerder dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met risico's in Polen, maar de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat Polen als verantwoordelijke lidstaat kan worden beschouwd en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Verweerder hoefde daarom niet verder te onderzoeken.
De rechtbank concludeert dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij overdracht aan Polen een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. De verwijzingen naar rapporten en politieke plannen zijn niet concreet genoeg en de ervaringen van eiser betreffen niet de situatie als Dublinclaimant. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.