ECLI:NL:RBDHA:2025:10439
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 11 juni 2025 behandeld. Eiser stelde dat het dossier onvolledig was bij het uitbrengen van het voornemen, dat het voornemen onvoldoende gemotiveerd was en dat de Dublinclaim aan Frankrijk niet rechtsgeldig was vanwege het ontbreken van informatie over zijn minderjarige zoon die in Zweden verblijft. Tevens voerde eiser aan dat overdracht aan Frankrijk zou leiden tot indirect refoulement en schending van internationale mensenrechten.
De rechtbank oordeelt dat het dossier tijdig en voldoende compleet was, het voornemen aan de motiveringsvereisten voldoet en dat het verblijf van de zoon in Zweden geen invloed heeft op de verantwoordelijkheid van Frankrijk. De rechtbank volgt het standpunt van de minister dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat geen sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die overdracht aan Frankrijk zouden verhinderen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.