Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Voortraject
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring opgelegd door verweerder op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet. De bewaring was inmiddels opgeheven vanwege overdracht naar Polen, waardoor de beoordeling zich beperkte tot het al dan niet toekennen van schadevergoeding voor onrechtmatigheid.
Eiser stelde dat zijn recht op rechtsbijstand was geschonden omdat zijn voorkeursadvocaat niet tijdig was benaderd. De rechtbank erkende deze schending, maar oordeelde dat de ernst van het gebrek niet opwoog tegen de belangen die met de bewaring waren gediend, mede omdat de advocaat alsnog bijstand verleende en niet aannemelijk was dat hij het gehoor had kunnen bijwonen.
Daarnaast voerde eiser aan dat hij onterecht in bewaring was gesteld omdat hij rechtmatig verblijf had. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht concrete aanknopingspunten voor toepassing van de Dublinverordening had en dat de zware gronden voor bewaring, zoals het niet op voorgeschreven wijze binnenkomen en het niet meewerken aan overdracht, voldoende waren onderbouwd.
Eiser betwistte ook het ontbreken van een lichter middel en het vermeende onvoldoende voortvarend handelen van verweerder. De rechtbank oordeelde dat geen lichter middel effectief was en dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld bij de overdracht.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.