Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2025 in de zaak tussen
[eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
De verwijzing van eiser naar de door deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, gestelde prejudiciële vragen maakt het oordeel ook niet anders. Naast het feit dat het Hof van Justitie nog geen antwoord heeft gegeven op de prejudiciële vragen, is het feitencomplex waarbinnen de vragen zijn gesteld anders dan in onderhavige zaak. In de verwijzingszaak was namelijk sprake was van samenwoning tussen de ouder en het Nederlandse kind en zou bij weigering van het Chavez-verblijfsrecht aan de ouder het kind gedwongen uit Nederland moeten verhuizen. Deze beroepsgrond slaagt niet.
kannaar deze afspraken, volgt de rechtbank niet. Eiser heeft ook niet op een andere manier aannemelijk gemaakt dat hij betrokken is bij belangrijke keuzes van de vier kinderen. Zo stelt eiser enkel dat hij helpt bij het huishouden, het ophalen van de kinderen en dat hij aanwezig is bij niet-officiële gelegenheden, maar heeft hij bijvoorbeeld geen foto’s overgelegd van deze aanwezigheid tijdens schoolactiviteiten. Tot slot verklaart eiser dat hij sinds 2020 maandelijks € 300 bijdraagt aan de opvoeding en verzorging van de kinderen, maar heeft hij slechts één bewijs van een financiële bijdrage overgelegd van € 214,90.
Eiser betoogt dat de minister ten onrechte niet in de belangenafweging heeft meegenomen dat bij verhuizing naar Duitsland de dochter van eiser zich moet handhaven in een cultuur die niet van haar is, dat het niet in het belang van eisers dochter is om haar medische behandeling in Duitsland voort te moeten zetten en dat de minister niet heeft betrokken dat eiser ook helpt bij de opvoeding van zijn dochter en referent daarbij ontlast.