ECLI:NL:RVS:2021:424
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 18 maart 2019 de aanvraag van een Ghanese vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling, die sinds 2010 onrechtmatig in Nederland verbleef, wilde bij zijn partner en twee minderjarige kinderen verblijven, waarvan één kind specialistische zorg nodig heeft vanwege het Prader-Willi-syndroom.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris, omdat onvoldoende onderzoek was gedaan naar de scenario's waarin het gezin in Nederland blijft of naar Ghana terugkeert, met name met betrekking tot de zorg voor het kind en de gevolgen van vertrek.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de rechtbank de belangenafweging ten onrechte niet terughoudend had getoetst en onjuiste bewijslastregels hanteerde. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris de belangen van het gezin, inclusief de zorgbehoeften van het kind, voldoende en gemotiveerd had betrokken in zijn beslissing. Ook was nader medisch onderzoek niet noodzakelijk.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning standhield. De staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.