Eiser heeft een beroep ingesteld tegen een beslissing van de Nationale ombudsman (No) op een Woo-verzoek om documenten met betrekking tot klachten over het CBR en communicatie van de No.
De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens misbruik van recht, omdat het verzoek behoort tot een cluster van Woo-verzoeken die niet zijn ingediend met het doel publieke informatie te verkrijgen, maar om de organisatie van de No te frustreren. Dit is eerder vastgesteld door de hoogste bestuursrechter.
De rechtbank benadrukt dat de bevoegdheid om beroep in te stellen dient om rechten op grond van de Woo te waarborgen, maar dat dit beroep niet daaraan voldoet. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.
Er is geen inhoudelijke behandeling van het beroep, en de rechtbank waarschuwt dat bij herhaling van dergelijk misbruik kostenveroordeling kan volgen.
De uitspraak is gedaan door rechter Kerstens-Fockens op 16 juni 2025.