ECLI:NL:RVS:2024:4594
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- C.H. Bangma
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over misbruik van recht bij Woo-verzoeken door appellant
Appellant diende meerdere verzoeken om publieke informatie in op grond van de Wet open overheid (Woo) bij de Nationale ombudsman. De ombudsman stelde vijf verzoeken buiten behandeling en beperkte het aantal Woo-verzoeken van appellant tot maximaal twee per maand, vanwege vermeend misbruik van recht. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant niet-ontvankelijk wegens kwade trouw en misbruik van recht.
Appellant voerde aan dat de ombudsman het misbruik niet aannemelijk had gemaakt en dat de besluiten ondeugdelijk waren gemotiveerd. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het gedrag van appellant, zoals door de ombudsman beschreven, aannemelijk is en dat appellant kennelijk niet het doel had om publieke informatie te verkrijgen, maar om de organisatie te belasten. De rechtbank had echter onterecht de beroepen niet-ontvankelijk verklaard in plaats van ongegrond.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond en de beroepen alsnog ongegrond. Tevens werd de Nationale ombudsman veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de beroepen worden alsnog ongegrond verklaard.