ECLI:NL:RBDHA:2025:11094
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling nadere beslistermijn bij niet tijdig beslissen op aanvraag aanvullende compensatie toeslagen
De rechtbank Den Haag behandelt een beroep van eiseres tegen het niet tijdig beslissen door de Dienst Toeslagen op haar aanvraag om aanvullende compensatie in het kader van de toeslagenhersteloperatie. Eerder had de rechtbank vastgesteld dat verweerder binnen zes weken een besluit moest nemen, maar verweerder is hier niet aan voldaan.
De rechtbank constateert dat de problematiek van niet tijdig beslissen structureel is en dat de huidige wettelijke en nadere beslistermijnen onvoldoende effectief zijn. De gemiddelde doorlooptijd van aanvragen is ruim 600 dagen, wat de maximale wettelijke termijn van twaalf maanden fors overschrijdt. Dit leidt tot grote achterstanden en een stagnatie in het herstelproces, mede doordat dwangsomprocedures het proces niet versnellen maar juist bemoeilijken.
De rechtbank besluit daarom de nadere beslistermijn voor besluiten op aanvragen om aanvullende compensatie te verruimen naar 35 weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn. In de onderhavige zaak is deze termijn al verstreken, waardoor een individuele termijn wordt vastgesteld tot 6 augustus 2025. Bij overschrijding van deze termijn wordt een dwangsom van €250 per dag opgelegd, met een maximum van €37.500.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van proceskosten van €1.814 en het griffierecht van €53 aan eiseres. De uitspraak benadrukt het belang van realistische termijnen en het voorkomen van onnodige vertragingen in de afhandeling van de hersteloperatie.
Uitkomst: De rechtbank stelt een nadere beslistermijn van 35 weken vast en legt een dwangsom op bij overschrijding, met een individuele termijn tot 6 augustus 2025.